Menu

You are here

Meest voorkomende gebreken

Elektrische installaties moeten aan altijd maar strengere veiligheidsregels voldoen. Keurders vinden in oude én nieuwe installaties vaak nog fouten. We sommen de 12 meest voorkomende gebreken even voor je op. Check ze, zet een elektricien aan het werk en zorg dat de keurder je een positief keuringsattest geeft.

1. Ontbrekende elektriciteitsschema’s

Leg je geen eendraadsschema en/of situatieschema aan de keurder voor? Dan vermeldt hij dit in het keuringsverslag en keurt hij de elektrische installatie af.

2. Je elektriciteitskast komt niet overeen met de schema’s

In je elektriciteitskast moet je alle stroomkringen een naam geven. Die benamingen moeten ook in de elektriciteitsschema’s staan. Ook de organisatie van je verdeelbord moet overeenkomen met de schema’s. Want springt een zekering? Dan moet je weten over welke stroomkring het precies gaat.

3. Je hebt geen hoofddifferentieelschakelaar

Heeft je elektrische installatie geen differentieelschakelaar? Dan ben je niet beveiligd tegen elektrocutie.  Een goede aarding alleen helpt niet: eventuele verliesstromen blijven vloeien. Resultaat: een hoog energieverbruik en bijgevolg een dure elektriciteitsrekening. 

4. Automaten zonder kalibreerelementen

Kalibreerelementen zijn kleine plastic blokjes die bij de zekeringen horen. Afhankelijk van de dikte van de elektriciteitsdraden in de stroomkring hebben ze een andere kleur. Je klikt ze op het verdeelbord vast in de houders voor de zekeringen. Eens vastgeklikt, krijg je ze niet meer los. Ze helpen je om een stroomkring van de juiste zekering te voorzien. Want een te zware zekering zal je elektriciteitsdraden niet beveiligen tegen overbelasting. En bij overbelasting neemt de kans op brand toe.

5. Slechte aarding, geen meetklem

De aarding van oude elektrische installaties is vaak niet meer voldoende om onze huidige levensstandaard te beveiligen: we gebruiken gewoonweg meer én zwaardere elektrische toestellen. Wil je niet dat elektrocutie om de hoek loert bij alles wat je doet? Laat je aarding dan vervangen door een zwaardere. Die moet je ten andere ook nog voorzien van een meetklem. Alleen een meetklem laat de keurder toe om de weerstand van de aarding te meten.

6. Stopcontacten niet aangesloten op de aarding

Je installeert best stopcontacten met een aardingspen. Die pen moet je met een geel/groene aardingsdraad aansluiten op de aarding van je elektrische installatie. Doe je dat niet? Dan is ook je differentieelschakelaar nutteloos. Want met niet-geaarde stopcontacten breng je de veiligheid van heel je elektrische installatie in gevaar. Kortsluitingen in elektrische apparaten en stopcontacten leiden dan tot elektrocutie en brand. Speel helemaal op veilig en gebruik stopcontacten met aarding én kinderveiligheid.

7. Herstelde zekeringen

Een zekering die het laat afweten herstellen met een koperen draad? Geen goed idee. Want dan schakelt die zekering je elektrische installatie niet uit bij kortsluiting of overbelasting. Met brand als gevolg.

Vervang verouderde zekeringen altijd door nieuwe – liefst automatische – smeltbeveiligingen. Die:

  • schakelen sneller uit bij kortsluiting
  • schakel je gemakkelijk terug in
  • moet je niet vervangen na een kortsluiting of overbelasting
  • sluiten de stroomkring volledig af
  • geven duidelijk aan dat er een storing is in de stroomkring
  • kan je verbinden met hulpcontacten die een alarm activeren
  • laat je elektrische verwarming minder warmte verliezen

8. Slechte isolatie elektriciteitskabels

Van oude elektriciteitsdraden durft de isolatie het weleens te laten afweten. Ook externe factoren durven kabels te beschadigen. Met een veilige elektrische installatie merk je dat onmiddellijk, want ofwel de beveiliging (zekering of automaat) ofwel de differentieelschakelaar schakelen zichzelf uit. Zonder beveiliging zorgen isolatiefouten ervoor dat je elektrische toestellen het begeven. Breng je apparaten en jezelf niet in gevaar: vernieuw je elektrische installatie.

9. Levensgevaarlijke trekschakelaar of messchakelaar

Op oude verdeelborden vind je vaak nog een trekschakelaar of messchakelaar op een marmeren plaat terug. Die moet je volledig vervangen door een elektriciteitskast met een last- of hoofdschakelaar. Zo vermijd je elektrocutie door rechtstreekse aanraking. Voorzie onmiddellijk een elektriciteitskast die groot genoeg is. Of meerdere kasten. Zo heb je meteen plaats voor extra functionaliteiten om je elektrische installatie op termijn of indien nodig uit te breiden.

10. Leidingen bijplaatsen zonder extra beveiliging

In oude elektrische installaties vind je weleens achteraf bijgeplaatste leidingen terug. Vaak gebruikte de bewoner een fout type, kabels zonder CE-markering of keurmerk of te dunne elektriciteitsdraden. Tijd dus om je bedrading grondig te vernieuwen. Plaats je zelf nog leidingen bij, dan moet je ook de beveiliging in je elektriciteitskast aanpassen. Of een extra automaat plaatsen om overbelasting te voorkomen.

11. Slechte elektriciteitsdraden

Sommige types van oude elektriciteitskabels zijn niet genoeg beschermd of hebben geen aarding. Ook hun isolatie barst gemakkelijk of brokkelt sneller af. Die kabels moet je onmiddellijk vervangen! Tijd dus voor een grondige renovatie.

12. Te veel stopcontacten

In één stroomkring mag je maximaal 8 enkelvoudige of meervoudige stopcontacten plaatsen. Zijn er meer geïnstalleerd? Dan is de installatie niet conform en krijg je een negatief verslag.

Zoek een erkend elektricien in je buurt en krijg korting op de herkeuring van je elektrische installatie.